Vergoedingsplicht aan gemeenschappelijk vermogen bij beroepsactiviteit binnen ‘eigen’ vennootschap Delboo Advocaten

Het Grondwettelijk Hof bevestigt het principe van “titre et finance” voor meerwaarden op eigen aandelen van in een gemeenschap gehuwde echtgenoten.

De feiten

Een man en een vrouw huwen in 2002 onder het wettelijk stelsel. Kort na het huwelijk richt de man met eigen gelden (gelden verkregen vóór het huwelijk of via erfenis of schenking) een BV op. Zijn echtgenote wordt medezaakvoerder in 2004. De echtgenoten werken voltijds voor de vennootschap en ontvangen dezelfde maandelijkse vergoeding. In 2006 hebben de BV en de echtgenoten een NV verworven die een rusthuis uitbaat. Dit was enkel mogelijk omdat mevrouw het vereiste diploma had. De aandelen van de NV werden in 2021 verkocht.

Wanneer er in 2022 een echtscheiding plaatsvindt, stelt zich de vraag naar het huwelijksvermogensrechtelijk statuut van de aandelen van de BV. Aangezien de man de aandelen betaalde met eigen gelden, behoren die als wederbelegging tot zijn eigen vermogen. De voormalige echtgenoten zijn het echter niet eens over het statuut van de waardetoename van de aandelen van de BV. Behoort die tot het eigen vermogen van de man of tot het gemeenschappelijk vermogen?

Wettelijk stelsel: beroepsinkomsten zijn gemeenschappelijk

Beroepsinkomsten die tijdens het huwelijk worden gegenereerd horen in het wettelijk stelsel aan de gemeenschap toe te komen. De keuze van een echtgenoot om zijn beroepsactiviteit binnen of buiten een vennootschap uit te oefenen moet huwelijksvermogensrechtelijk neutraal zijn; het mag niet mogelijk zijn voor een echtgenoot om zijn beroepsinkomsten aan de gemeenschap te onttrekken door gebruik te maken van een vennootschap.

Indien een echtgenoot zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen eigen zijn, ontstaat wel degelijk het risico dat de gemeenschap inkomsten misloopt. De betreffende echtgenoot kan dan immers beslissen om zichzelf geen of slechts een beperkt loon toe te kennen. De inkomsten die hij niet uit de vennootschap haalt, blijven dan in de vennootschap en doen de waarde van zijn aandelen stijgen. Die aandelen zijn echter in dit geval eigen aandelen, waarvan de vermogensaangroei exclusief aan zijn eigen vermogen toekomt. 

In dergelijk geval bepaalt het Burgerlijk Wetboek sinds 1 september 2018 dat het eigen vermogen van de betreffende echtgenoot aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding zal verschuldigd zijn die gelijk is aan het bedrag waarmee het gemeenschappelijk vermogen is verarmd. Dit is het bedrag van de inkomsten die in het gemeenschappelijk vermogen zouden zijn gevallen indien de beroepsactiviteit niet in het kader van een vennootschap was uitgeoefend (artikel 2.3.44 BW). 

Volgens het Grondwettelijk Hof omvat die vergoeding in principe de meerwaarde die de aandelen van de vennootschap hebben verkregen dankzij de beroepsactiviteit van de aandeelhoudende echtgenoot tijdens het huwelijk en, a fortiori, de meerwaarde die toe te schrijven is aan de beroepsactiviteit van de andere echtgenoot. 

De omstandigheid dat die andere echtgenoot tegen vergoeding voor de vennootschap heeft gewerkt, leidt niet tot een andere conclusie. Het gemeenschappelijk vermogen heeft immers recht op een vergoeding ten belope van de inkomsten die het ten onrechte is ontzegd – die per definitie hoger zijn dan de daadwerkelijk overgemaakte inkomsten.

Besluit

Het Grondwettelijk Hof besluit dat het redelijk verantwoord is dat, in het wettelijk huwelijksvermogensstelsel, wanneer een echtgenoot zijn beroepsactiviteit uitoefent in het kader van een vennootschap die hij met eigen gelden heeft gefinancierd, de door de aandelen van de vennootschap verkregen meerwaarde, net als de aandelen zelf, tot het eigen vermogen van die echtgenoot behoort.

Maar die echtgenoot is niettemin een vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen die gelijk is aan de inkomsten die het gemeenschappelijk vermogen zou hebben ontvangen indien de beroepsactiviteit niet in het kader van een vennootschap zou zijn uitgeoefend. Die vergoeding omvat dan in principe ook de meerwaarde die door de aandelen van de vennootschap is verkregen.

 

Recente nieuwsitems