Het Hof van Cassatie bevestigt in een arrest van 16 januari 2026 de nietigheid van een legaat ten voordele van een rusthuis.
De feiten
Een dame die geen reservataire erfgenamen heeft, duidt op 27 augustus 2008 in haar testament een familielid aan als algemeen legataris en voorziet een bijzonder legaat van 75.000 euro ten voordele van een vzw.
Op 1 mei 2010 gaat zij wonen in een serviceflat die eigendom is van een vzw. Op 22 november 2010 herroept zij haar testament en duidt zij in een authentiek testament de vzw die haar serviceflat uitbaat aan als algemeen legataris (het gaat om een andere vzw dan in het eerste testament). Het familielid dat in het vorige testament was aangesteld als algemeen legataris, krijgt - net als een derde persoon - een bijzonder legaat van 100.000 euro.
Op 9 maart 2016 verhuist de dame naar een rusthuis waarvan de in haar laatste testament begunstigde vzw eigenaar is. Zij verlaat deze instelling op 13 juni 2016 voor een rust- en verzorgingstehuis en overlijdt op 2 november 2016.
De vzw aanvaardt het algemeen legaat en wordt daartoe gemachtigd door het Ministerie van Justitie.
Nietigheid van het legaat in het testament van 2010?
Het familielid dat in het testament van 27 augustus 2008 was aangeduid als algemeen legataris roept de nietigheid van het legaat ten voordele van het rusthuis in. Beheerders en personeelsleden van instellingen voor residentiële ouderenzorg kunnen immers geen voordeel genieten van giften of legaten die een persoon die in hun instelling heeft verbleven in hun voordeel heeft gedaan.
De vzw argumenteerde dat het wettelijk verbod om te erven enkel geldt voor natuurlijke personen en niet voor rechtspersonen, zoals de vzw.
Het Hof van Cassatie verwerpt deze redenering in zijn arrest van 16 januari 2026: ook rechtspersonen vallen onder het verbod. Beheerders zijn zowel natuurlijke personen als rechtspersonen (vzw’s) die de instelling uitbaten. Bijgevolg is het legaat aan het rusthuis nietig.
Deze beslissing ligt volledig in lijn van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 3 oktober 2024. Door enkel natuurlijke personen zoals beheerders en personeelsleden te viseren, maar niet de instellingen zelf als rechtspersoon, is de betreffende bepaling in strijd met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hiermee maakte het Grondwettelijk Hof een einde aan de mogelijkheid voor bewoners om giften te doen aan het woonzorgcentrum waarin zij verblijven. Dergelijke giften worden voortaan onweerlegbaar vermoed een gevolg te zijn van vermogensbejaging.
Wie erft dan uiteindelijk?
De nietigheid van het legaat in het testament van 22 november 2010 heeft volgens het Hof van Cassatie als gevolg dat de herroeping van het testament van 27 augustus 2008 niet langer effect ressorteert. De herroeping was immers niet veroorzaakt door een gewijzigde relatie of verstandhouding tussen de overledene en het betreffende familielid na 27 augustus 2008. Indien de erflaatster had geweten dat de vzw niet mocht erven, zou zij haar vorig testament volgens het Hof niet herroepen hebben. De herroeping was dus onlosmakelijk verbonden met de aanduiding van de vzw als algemeen legataris. De vererving dient bijgevolg te geschieden overeenkomstig het testament van 27 augustus 2008.