NB 6.1 - Leidt nieuwe meerwaardebelasting tot meer diverse inkomsten Delboo Advocaten

Sinds juli zijn de krachtlijnen van de aangekondigde meerwaardebelasting op financiële activa bekend. Als belegger heeft u de keuze uit twee systemen om de belasting te betalen: ofwel laat u 10% inhouden aan de bron (opt-in) ofwel doet u zelf aangifte in uw personenbelasting (opt-out). We overlopen de voor- en nadelen van beide systemen. 

Krachtlijnen

 

Meerwaarden die u als particulier vanaf 1 januari 2026 verwezenlijkt op de verkoop van financiële activa zullen belast worden tegen 10%. De nieuwe regeling zal gelden voor alle vormen van financiële activa, dus ook voor obligaties, tak 21 en tak 23 verzekeringen, cryptoactiva en valuta (geldmiddelen sensu stricto (bankbiljetten en muntstukken, giraal geld of elektronisch geld), beleggingsgoud en digitale centralebankmunten).

 

Historische meerwaarden (meerwaarden opgebouwd tot 31 december 2025) blijven buiten schot. De waarde op 31 december 2025 zal dus beschouwd worden als de aanschafwaarde, behalve voor financiële activa die vóór 1 januari 2026 werden aangeschaft en waarvoor men een hogere aanschafwaarde kan aantonen.

Eventuele kosten of taksen komen niet in mindering van het belastbare bedrag. Jaarlijks zal een voetvrijstelling van 10.000 euro gelden, waarvan het bedrag onder voorwaarden verder kan stijgen tot maximum 15.000 euro. Eventuele minderwaarden kunnen in mindering worden gebracht.

Opt-in

In principe zal de in België gevestigde tussenpersoon (bank of verzekeringsmaatschappij) instaan voor de inhouding van de meerwaardebelasting (opt-in) wanneer iemand een financieel product verkoopt. Deze inhouding zal bevrijdend zijn. De verkoper dient met andere woorden de betreffende meerwaarde niet meer aan te geven in zijn aangifte personenbelasting.

Indien de tussenpersoon de belasting inhoudt, zal hij geen rekening mogen houden met de eerste vrijgestelde schijf, noch met eventuele aftrekbare minderwaarden of een hogere aanschaffingswaarde dan de waarde op 31 december 2025. Meerwaarden worden bij opt-in dus volledig belast en vrijstellingen of aftrekken worden niet toegestaan. De vrijstelling of aftrekken kunnen enkel worden bekomen via de belastingaangifte. Een belangrijke reden om te kiezen voor opt-in, met name discretie, gaat dus verloren als men van de voetvrijstelling wil genieten, minderwaarden wil aftrekken van meerwaarden en/of een hogere aanschafwaarde wil aantonen. 

Opt-out

De verkoper kan echter ook kiezen voor een opt-out. In dat geval houdt de bank de belasting niet in, maar geeft de verkoper de meerwaarde zelf aan in zijn aangifte personenbelasting. De bank brengt dan jaarlijkse de fiscus op de hoogte van de keuze voor opt-out en van de gerealiseerde meerwaarden waarop opt-out van toepassing is. 

Dat de aftrekken via de aangifte moeten worden aangevraagd, impliceert dat beleggers een soort van boekhouding zullen moeten bijhouden waarmee het bewijs van de ingeroepen aftrekken wordt geleverd. Het is dus belangrijk dat uw financiële instelling u jaarlijks een gedetailleerd overzicht geeft van al uw meerwaarden en minwaarden van het afgelopen jaar.

Voor actieve beleggers is opt-out interessant omdat ze dan in hun aangifte personenbelasting meteen de correcte afrekening kunnen maken van alle meer- en minderwaarden en de vrijstelling. Ook voor grotere vermogens is opt-out een betere keuze. De belasting van de meerwaarde gebeurt bij opt-in immers onmiddellijk bij de verkoop, terwijl de verrekening met minderwaarden pas in het volgende fiscale jaar gebeurt. Wie geld moet terugkrijgen van de overheid, moet daar dus anderhalf jaar op wachten.

Verhoogd risico op diverse inkomsten

Het feit dat er een nieuwe 10% meerwaardebelasting komt op financiële activa betekent niet dat deze meerwaarde niet zou kunnen worden belast als diverse inkomsten tegen 33% verhoogd met gemeentebelasting. Criteria daartoe zijn zeer speculatieve meerwaarde (bijv. nogal snel bij cryptomunten – zie nieuwsbrief 16 mei 2024 Belasting van meerwaarden op cryptomunten …) of de veelheid en snelheid van transacties of lenen om te beleggen. Vaak zijn het meerdere van deze factoren samen om tot de kwalificatie van diverse inkomsten te komen.

Voor wie dus zeer actief is op de beurs, veel transacties per dag doet of wie vaak met opties werkt (er zelf schrijft bijvoorbeeld) loert dit risico wel om de hoek. Des te meer als er ook nog eens op de portefeuille werd geleend (via een lombardkrediet om bv. iets anders te kopen – een appartement of een auto of iets anders – je zou immers evengoed kunnen stellen dat je geleend hebt om nog verder te kunnen beleggen). Hoewel dit nu ook al als diverse inkomsten zou kunnen worden gekwalificeerd en de invoering van de nieuwe meerwaardebelasting hieraan dus niets verandert, blijft dit soort inkomen bij gebreke aan aangifteplicht meestal, zo niet bijna altijd, onder de radar. Wie hierin zeer actief is en voor opt-out kiest zal de meer- en minderwaarden moeten aangeven met het risico hierover bijkomende vragen te krijgen en desgevallend ook belast te worden als diverse inkomsten, misschien ook over de voorbije jaren zelfs. Dergelijke beleggers kiezen vanuit dat oogpunt dan misschien beter toch voor opt-in, maar verliezen dan wel de mogelijkheid tot aftrek van de minderwaarde omdat dat natuurlijk ook weer een trigger tot onderzoek kan zijn. Pest of cholera dus. 

Overgangsregeling

Door de aanslepende begrotingsonderhandelingen zal de wet die de nieuwe meerwaardebelasting invoert pas in de loop van 2026 worden aangenomen. Het kabinet van de minister van Financiën bevestigt echter dat de nieuwe regeling zal ingaan op 1 januari 2026.

Zolang er geen wet is, kan de bank niet overgaan tot inhouding van de belasting. Bijgevolg komt er een overgangsregeling. In de overgangsperiode vanaf 1 januari tot de inwerkingtreding van de wet zullen de banken de heffing niet afhouden bij een verkoop van financiële activa, tenzij de klant er uitdrukkelijk om vraagt. Ook dan moet je dus al eens twee keer nadenken.

Recente nieuwsitems