Het hof van beroep te Gent heeft op 9 december 2025 een arrest geveld waarin het de principes met betrekking tot de bankgift als onrechtstreekse schenking duidelijk uiteenzet.
Registratie pacte adjoint en volmacht tot bankgift de dag voorafgaand aan het overlijden van de schenker
Een dag vóór het overlijden van een dame werden twee documenten getiteld “pacte adjoint-bankgift” geregistreerd. De pactes adjoints waren door de dame (als schenkster) en haar nicht en zus (als begiftigden) ondertekend. Deze documenten bevatten de voorgedrukte verklaringen dat op het ogenblik van de registratie reeds bankgiften waren uitgevoerd en dat de pactes adjoints enkel dienden als bewijs van een reeds gerealiseerde onrechtstreekse schenking. Diezelfde dag werd eveneens een “volmacht bankgift” geregistreerd, waarbij de dame aan een derde volmacht gaf om tegoeden van meerdere bankrekeningen over te schrijven naar de bankrekeningen van haar nicht en zus, met ook hier handgeschreven toevoegingen van rekeningen en bedragen in een voorgedrukt standaarddocument.
Niet-uitgevoerde bankgiften als passief van de nalatenschap?
Toen de dame overleed, waren de bankgiften nog niet uitgevoerd. Onder het passief van de nalatenschap van de dame werden daarom schuldvorderingen opgenomen die betrekking hadden op zogenaamde “geregistreerde, maar niet-uitgevoerde bankgiften” aan de nicht en de zus.
Vlabel beschouwt de niet-uitgevoerde schenkingen als onbestaande, waardoor deze bedragen tot het actief van de nalatenschap blijven behoren en niet als passief kunnen worden aanvaard. Vlabel argumenteert dat een bankgift immers enkel tot stand komt door effectieve overschrijving. Een onderhands document waarin een toekomstige uitvoering wordt vermeld, doet geen schenking ontstaan. Zelfs registratie van dergelijk document zet een nog niet-uitgevoerde bankgift niet om in een geldige schenking. De reeds betaalde schenkbelasting werd wel verrekend met de erfbelasting.
De rechter in eerste aanleg bevestigt dit standpunt van Vlabel.
Hof van beroep Gent: overschrijving noodzakelijk voor bankgift, geen bewijs rechtstreekse schenking
Het hof van beroep te Gent bevestigt het vonnis. Een pacte adjoint is de bewijsrechtelijke omkadering van een hand- of bankgift. Het document strekt enkel tot bewijs achteraf van de vormloos gedane bankgift. Uit het dossier blijkt dat de betreffende documenten werden ondertekend (en geregistreerd) op een ogenblik dat de bankoverschrijvingen nog niet waren uitgevoerd. De ter registratie aangeboden documenten getiteld ‘pacte adjoint bankgift’ en ‘volmacht bankgift’ kunnen bijgevolg geen bewijs vormen van een eerder verwezenlijkte onrechtstreekse schenking. Dergelijke documenten geven evenmin blijk van een rechtstreekse schenking, vormen zelf geen titel van de schenking en doen geen schenking ontstaan.
Het hof besluit dan ook dat, aangezien er geen bewijs voorligt dat de erflaatster de betrokken bedragen voorafgaand aan haar overlijden heeft geschonken aan de legatarissen, deze laatsten geen vordering kunnen laten gelden tegen de nalatenschap wegens niet-uitvoering van deze vermeende schenkingen. Deze bedragen werden aldus terecht verworpen als passief in de nalatenschap van de erflaatster.
Niet elke onderhandse schenking is een onrechtstreekse schenking
Voormelde feiten moeten onderscheiden worden van de feiten die aanleiding gaven tot het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 december 2020. In dit dossier schonken ouders een bedrag aan hun twee zonen. De schenking gebeurde bij onderhandse overeenkomst, ondertekend door de ouders en de twee begiftigden. De overeenkomst werd aangeboden ter registratie om 11.30 uur. De moeder overleed de dag van de registratie van de onderhandse schenkingsakte om 11.50 uur. De aanslag in de registratierechten werd gevestigd.
De schenking diende op het ogenblik van het overlijden nog te worden uitgevoerd. Bijgevolg verzochten de erfgenamen in de aangifte van de nalatenschap om het betreffende bedrag als passief in mindering te brengen van het belastbaar actief van de nalatenschap. Vlabel weigerde dit.
Het hof besliste dat een schenking die tot stand wordt gebracht door een onderhandse schenkingsakte en die nog vóór het overlijden van een van de schenkers ter registratie wordt aangeboden, tot gevolg heeft dat de geldsom niet langer als actiefbestanddeel belast kan worden in de nalatenschap van de overleden schenker. Het feit dat de uitvoering van de schenking (de levering) pas na het overlijden van de schenker plaatsvindt, verandert daar niets aan.
Een dergelijke onderhandse schenking is volgens het hof immers een rechtstreekse schenking. De miskenning van het vormvoorschrift van een notariële akte kan een reden zijn om de nietigheid van de schenking te vorderen, doch deze nietigheid is relatief na het overlijden van de schenker: enkel de erfgenamen of rechtverkrijgenden van de overleden schenker kunnen deze nietigheid inroepen. Vlabel kan deze nietigheid niet inroepen.
Het hof concludeert dat de naar vorm gebrekkige, maar door de erfgenamen bevestigde schenkingen worden geacht geldig te zijn. De schenkingen werden geregistreerd en maken bijgevolg geen deel uit van de belastbare grondslag in de erfbelasting in de nalatenschap van de moeder.