De fiscale regimes van de liquidatiereserve en VVPR-bis werden vorig jaar verder op elkaar afgestemd door de programmawet van 18 juli 2025. Voor beide stelsels geldt sindsdien dat na het verstrijken van een periode van drie jaar een verlaagd tarief van roerende voorheffing van toepassing is (zie nieuwsbrief 22 mei 2025). Een nieuwe wijziging werd aangekondigd in het begrotingsakkoord van eind 2025.
Situering
Liquidatiereserves
Een kleine vennootschap kan, mits betaling van een afzonderlijke aanslag van 10%, haar winst na vennootschapsbelasting geheel of gedeeltelijk overboeken naar een afzonderlijke passiefrekening onder de beschikbare reserves. Deze rekening mag niet tot grondslag dienen voor enige beloning of toekenning (de 'onaantastbaarheidsvoorwaarde').
Liquidatiereserves aangelegd uiterlijk op 31 december2025 worden bij uitkering onderworpen aan een roerende voorheffing van 20% (uitkering binnen drie jaar), 6,5% (uitkering na drie jaar maar binnen vijf jaar) of 5% (uitkering na 5 jaar). Voor liquidatiereserves aangelegd na 31 december 2025 bedraagt het tarief 30% (uitkering binnen 3 jaar) of 6,5% (uitkering na drie jaar). Uitkeringen van liquidatiereserves bij de vereffening van de vennootschap zijn niet belastbaar.
VVPRbis
De VVPRbis-regeling houdt in dat een kleine vennootschap, voor zover aan een aantal voorwaarden is voldaan (het moeten o.a. nieuwe aandelen op naam betreffen die zijn uitgegeven bij oprichting of kapitaalverhoging ingevolge een inbreng in geld op of na 1 juli 2013), vanaf het derde boekjaar volgend op het boekjaar van de kapitaalinbreng bij oprichting of kapitaalverhoging dividenden kan uitkeren aan een tarief van 15% roerende voorheffing.
Een uitkering vóór het voormelde derde belastbaar tijdperk is steeds onderworpen aan een roerende voorheffing van 30% (het tarief bedraagt echter 20% wanneer het een kapitaal betreft uiterlijk ingebracht op 31 december 2025, waarbij bij uitkering geschiedt uit de winstverdeling voor het tweede boekjaar na dat van de inbreng).
Nieuw aangekondigde wijzigingen
De bestaande regeling zal opnieuw worden aangepast, zodat de totale belastingdruk op de uitkering (uitkeringen na verloop van 3 jaar) in beide stelsels worden verhoogd van 15% tot 18%. Daarnaast komt er een specifieke antimisbruikbepaling voor liquidatiereserves.
Verhoging tarief bij uitkering na drie jaar
Voor uitkeringen van liquidatiereserves betekent dit dat het tarief voor uitkering na drie jaar wordt opgetrokken van 6,5% naar 9,8% (waardoor de belastingdruk na uitkering, rekening houdend met de betaalde 10% bij aanleg van de liquidatiereserve, 18% zal bedragen). Liquidatiereserves die zijn aangelegd uiterlijk op 30 december 2025 zullen bij uitkering na drie jaar, maar vóór het verstrijken van vijf jaar wel nog onderworpen worden aan het tarief van 6,5%. Indien zij worden uitgekeerd na vijf jaar, blijft het tarief van 5% van toepassing.
De wijzigingen inzake de liquidatiereserve zullen in principe in werking treden op 1 januari 2026. Rekening houdend met het feit dat het tarief van 9,8% na de wijziging van toepassing zal zijn voor liquidatiereserves die zijn aangelegd na 30 december 2025 én die minstens drie jaar worden behouden vóór de uitkering, zal de effectieve toepassing van de tariefstijging in de praktijk pas gebeuren na 31 december 2028. Bijgevolg is het voor liquidatiereserves niet mogelijk om te anticiperen op de tariefstijging nog vóór de publicatie van de wet.
Te noteren valt dat wijzigingen aan het boekjaar die zijn doorgevoerd vanaf 24 november 2025 buiten beschouwing worden gelaten voor de toepassing van de nieuwe regels, ongeacht eventuele niet-fiscale motieven.
Voor het VVPRbis-regime zal de tariefstijging tot 18% slechts in werking treden na de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad, waardoor het verhoogde tarief van toepassing zal zijn voor dividenden die toegekend of betaalbaar gesteld zijn vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die bekendmaking. Aangezien de tariefstijging pas enige tijd na de publicatie in het Belgisch Staatsblad in werking treedt, kan het opportuun zijn om vóór die publicatie nog een dividend uit te keren, om zo nog toepassing te kunnen maken van het huidige tarief van 15%.
Wanneer een vennootschap die liquidatiereserves heeft aangelegd wordt vereffend en de aandeelhouder die reserves belastingvrij in zijn privévermogen ontvangt, zullen die bedragen alsnog als belastbare dividenden worden aangemerkt indien de betrokken aandeelhouder dezelfde of gelijkaardige activiteiten binnen een termijn van drie jaar opnieuw via een andere vennootschap opstart. Daartoe zal een wettelijk (weliswaar weerlegbaar) vermoeden van misbruik worden ingevoerd. Het is de bedoeling dat deze specifieke antimisbruikbepaling van toepassing wordt op dividenden die vanaf 1 januari 2026 worden toegekend of betaalbaar gesteld.