Vlabel heeft in de voorafgaande beslissing 25128 van 28 januari 2026 geoordeeld dat de vervanging van een verrekenbeding door een verblijvings- en toekenningsbeding fiscaal misbruik uitmaakt in de mate dat deze wijziging het mogelijk maakt de toepassing van de erfbelasting te ontwijken.
Situatie
Een echtpaar is gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen bij huwelijksovereenkomst van 1970.
In 2011 werd aan dit stelsel een correctie toegevoegd in de vorm van een finaal verrekenbeding voor de aanwinsten, dat nog verder gemoduleerd werd in 2017. Een finaal verrekenbeding kent aan de ene echtgenoot een verrekenvordering tegenover de andere en legt die andere echtgenoot een overeenstemmende verrekenschuld op.
In 2025 werd het finaal verrekenbeding voor de langstlevende echtgenoot vervangen door een verblijvings- en toekenningsbeding van de aanwinsten. Met het verblijvingsbeding kennen de echtgenoten de langstlevende de volle eigendom toe van alle tussen hen onverdeelde goederen. Door het toekenningsbeding verkrijgt de langstlevende de volle eigendom van de eigen goederen van de overleden echtgenoot. Waar een verrekenbeding slechts een vorderingsrecht toekent aan de langstlevende, heeft een verblijvings- of toekenningsbeding zakelijke werking, met andere woorden: met toebedeling van goederen tot gevolg.
Geen verrekenschuld van een verrekenbeding
Voor overlijdens vanaf 24 december 2017 bepaalt de Vlaamse Codex Fiscaliteit dat de verrekenschuld van een verrekenbeding bij het overlijden van een echtgenoot niet als passief van de nalatenschap wordt aanvaard.
Vlabel overweegt dat uit de motivering van de aanvraag blijkt dat de aanvrager de analyse in de rechtsleer volgt, die zowel de (optionele) verblijvingsbedingen als de (optionele) toekenningsbedingen kwalificeren als geldige huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking in een stelsel van scheiding van goederen. In de mate dat deze burgerrechtelijke kwalificatie als huwelijksvoordelen met zakenrechtelijke werking correct is, zal deze kwalificatie doorwerken in het fiscaal recht.
Dit heeft als gevolg dat door de optionele verblijvings- en toekenningsbedingen geen schuld gecreëerd wordt, zodat bij de verblijving en de toekenning ten gevolge van de nieuwe bedingen geen toepassing zal worden gemaakt van de wetsbepaling dat de verrekenschuld weigert als passief.
Fiscaal misbruik
De echtgenoten wijzigen een verrekenbeding met een verrekenschuld, die niet langer aftrekbaar is als passief, in bedingen waar geen sprake is van een verrekenschuld. De toedeling van goederen door een verblijvings- of toekenningsbeding in een stelsel van scheiding van goederen wordt actueel niet onderworpen aan erfbelasting.
Vlabel besluit dan ook dat de verrichtingen tot doel hebben de rechtstreekse toepassing van de wetsbepaling dat de verrekenschuld weigert te ontwijken en dit in strijd met de doelstellingen van deze bepaling. De echtgenoten willen bijgevolg finaal erfbelasting vermijden. Het ontwijken van de erfbelasting is de overwegende beweegreden voor de keuze van de betrokken rechtshandelingen. De echtgenoten vermijden doelbewust dat goederen die aan de langstlevende van hen toekomen, aan erfbelasting worden onderworpen.
Geen geldige niet-fiscale motieven
De beperking van het risico van inkorting (opvraging van het door de wet gewaarborgd erfdeel) door afstammelingen is, volgens Vlabel, volledig gelijk zowel voor het vervangen finale verrekenbeding als voor de nieuwe bedingen. Het betreft in beide gevallen huwelijksvoordelen, die daarenboven in casu beperkt zijn tot aanwinsten, waardoor de afstammelingen hun reserve in beide hypothesen niet kunnen laten gelden.
Dat de nieuwe bedingen door hun zakenrechtelijke werking voor de langstlevende echtgenoot een veel comfortabelere positie creëren dan de verrekenvordering van het finaal verrekenbeding is volgens Vlabel in casu niet correct. Zowel het vervangen finale verrekenbeding als de nieuwe bedingen zullen de facto dezelfde werking hebben voor de langstlevende echtgenoot. Voor beide bedingen moet een uitdrukkelijke keuze van de langstlevende gemaakt worden en dienen desgevallend de erfgenamen van de eerststervende betrokken te worden. Meer nog, bij het vervangen finale verrekenbeding zou de langstlevende ook nog de keuze hebben om de goederen niet in natura te kiezen, maar enkel in waarde.
Conclusie
Ingevolge het fiscaal misbruik zal volgens de visie van Vlabel de voorgelegde wijziging van het huwelijksstelsel niet tegenstelbaar zijn, in de mate dat deze wijziging het mogelijk maakt de toepassing van de erfbelasting te ontwijken. Een rechter zou hierover wel eens anders kunnen oordelen.