Jaarlijkse taks op effectenrekeningen Delboo Advocaten

De jaarlijkse taks op de effectenrekeningen verdubbelt van 0,15% naar 0,30% en werd op een aantal punten gewijzigd. Zo werd een nieuwe specifieke antimisbruikbepaling ingevoerd en moeten omzettingen of overdrachten van effectenrekeningen worden gemeld aan de fiscus. De fiscus krijgt bovendien toegang tot het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank van België voor de toepassing en de controle van de taks. 

Principe

De jaarlijkse taks op de effectenrekeningen van 0,15 % is van toepassing op het aanhouden van een effectenrekening, waarbij de belastbare grondslag de gemiddelde waarde is van de belastbare financiële instrumenten die werden aangehouden tijdens de referentieperiode. De waarde wordt berekend aan de hand van vier referentiepunten: 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. De taks is slechts verschuldigd als de gemiddelde waarde van de effectenrekening meer dan 1 000 000 euro bedraagt.

Het federale begrotingsakkoord van eind november voorziet de verdubbeling van het tarief van de effectentaks van 0,15 naar 0,30 procent.

Algemene en specifieke antimisbruikbepaling

Bij de invoering bevatte de effectentaks een retroactieve algemene antimisbruikbepaling en een onweerlegbare specifieke antimisbruikbepaling. Die laatste bepaling moest pogingen ontraden om onder de drempelwaarde van 1 000 000 euro te blijven door (i) het splitsen van effectenrekeningen in meerdere effectenrekeningen bij dezelfde tussenpersoon en (ii) het omzetten van belastbare financiële instrumenten op een effectenrekening naar financiële instrumenten op naam (die niet op een effectenrekening staan). Na een uitspraak van het Grondwettelijk hof bleef enkel de algemene antimisbruikbepaling overeind (GwH 27 oktober 2022).

Rekenhof doet aanbevelingen

Het Rekenhof heeft een audit uitgevoerd over de effectentaks en het beheer ervan door de fiscus. In september 2024 formuleerde het meerdere aanbevelingen. Een aantal van die aanbevelingen, zoals het invoeren van een nieuwe specifieke antimisbruikbepaling evenals duidelijke definities, zijn omgezet in de programmawet van 18 juli 2025.

Nieuwe specifieke antimisbruikbepaling

De wetgever introduceerde een weerlegbaar vermoeden van fiscaal misbruik in de vorm van een specifieke antimisbruikbepaling samen met een meldplicht voor financiële tussenpersonen. Het weerlegbaar vermoeden slaat op (i) omzettingen van effecten die ingeschreven staan op een effectenrekening naar effecten die niet zijn ingeschreven op een effectenrekening en (ii) het overbrengen van belastbare effecten van een effectenrekening (met een gemiddelde waarde van min. 1 000 000 euro) naar een andere effectenrekening.

Voor zover de algemene toepassingsvoorwaarden vervuld zijn (de rechtshandeling is in strijd met het doel van de wet en levert een fiscaal voordeel op, wat het primaire doel is van de handeling), kan de algemene antimisbruikbepaling eveneens worden ingeroepen.

Weerlegging van het vermoeden als motieven van niet-fiscale aard

De omzetting van financiële instrumenten die op een effectenrekening staan naar nominatieve financiële instrumenten (zoals aandelen op naam die ingeschreven staan in het aandelenregister van een vennootschap) en de overdracht van belastbare financiële instrumenten naar een andere effectenrekening, kunnen dus niet worden tegengeworpen aan de fiscus, tenzij de belastingplichtige concreet aantoont dat de verrichting hoofdzakelijk door een andere reden dan het vermijden van de taks wordt verantwoord.

De memorie van toelichting vermeldt twee voorbeelden van handelingen die géén misbruik uitmaken wegens een voldoende niet-fiscaal motief: (i) een schenking van een ouder (titularis) aan de kinderen waarbij de ouder het vruchtgebruik behoudt en de kinderen de blote eigendom verkrijgen, en (ii) alles wat gebeurt buiten de wil van de titularis om, zoals een splitsing van de effectenrekening bij echtscheiding, overlijden, of wegens operationele redenen van de bank, of de beslissing van de emittent om een gedematerialiseerde obligatie om te zetten in een aandeel op naam.

Daarnaast geeft de memorie van toelichting ook twee voorbeelden die doen vermoeden dat het motief van de verrichting hoofdzakelijk het vermijden van de taks is, meer bepaald bij: (i) het splitsen van een effectenrekening om een deel op korte termijn te beleggen en een ander deel op lange termijn, en (ii) een omzetting op naam om zo bankkosten te vermijden.

Wat indien de titularis een deel van zijn effecten overbrengt naar een effectenrekening bij een andere bank omdat hij ontevreden is over zijn huidige bank, of omdat hij een deel van zijn discretionair beheerde beleggingsportefeuille opnieuw zelf wil beheren? Veronderstellend dat de titularis deze motivering kan aantonen, lijkt ons dit eveneens een voldoende niet-fiscaal motief om het vermoeden van fiscaal misbruik te weerleggen.

Splitsen van de maatschap

Stel dat je een maatschap hebt waar twee kinderen hoofdaandeelhouder zijn en er bv. 5.000.000 euro belegd wordt bij drie banken, ongeveer gelijk gespreid. Op die volledige waarde zal je 0,3% effectentaks moeten betalen of 15.000 euro per jaar, naast de beurstaks en de nieuwe meerwaardebelasting uiteraard en ongeacht of er een meerwaarde is zelfs. Je zou er in dit geval wel kunnen voor opteren om de maatschap te splitsen tussen de twee kinderen, weliswaar ervoor zorgende dat er steeds twee aandeelhouders per maatschap zijn. Daardoor zal je dus per rekening onder de drempel van 1.000.000 euro komen. De reden om dit te doen is zeker niet enkel fiscaal. Het ene kind kan een ander beleggingsprofiel verkiezen dan het andere of heeft misschien sneller geld nodig om bv. een huis te kopen. Elk kind heeft dan zijn eigen pot en kan daaruit putten in functie van zijn behoeftes. 

Meldingsplicht bij omzetting of overdracht 

Bij elke omzetting op naam van financiële instrumenten of overdracht van belastbare financiële instrumenten moet de titularis zijn Belgische tussenpersoon (of aansprakelijke vertegenwoordiger) daarvan informeren omdat hij die nodig heeft om de handeling uit te voeren. De Belgische tussenpersoon of aansprakelijke vertegenwoordiger moet dit op zijn beurt uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het einde van de referentieperiode waarin een omzetting of overdracht heeft plaatsgevonden, melden aan de fiscus. Die meldingsplicht zal ingaan op 31 december 2025.

Als de titularis zijn effectenrekening in het buitenland aanhoudt en er geen aansprakelijke vertegenwoordiger is aangeduid, moet de titularis zelf de omzetting of overdracht melden aan de belastingadministratie uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het einde van de referentieperiode waarin de omzetting of overdracht heeft plaatsgevonden. 

Toegang tot het CAP 

Het ontwerp van de wet houdende diverse bepalingen dat op 25 november 2025 werd goedgekeurd in de Kamercommissie Financiën geeft de fiscus met het oog op een betere fraudebestrijding vanaf 1 december 2026 toegang tot het CAP bij de Nationale Bank van België voor de toepassing en controle van de taks op de effectenrekeningen. Daarnaast wordt ook datamining op het CAP mogelijk. 

Recente nieuwsitems