Vermogensflash

Vlabel richt zijn pijlen op het beding van aanwas

30/01/2018

Op 29 januari 2018 heeft de Vlaamse belastingdienst een van zijn eerste standpunten van het nieuwe jaar gepubliceerd. Het is onmiddellijk een schot in de ‘verkeerde’ roos, waarmee hij weer menig vermogensplanner de wenkbrauwen zal doen fronsen.



Waarover gaat het?

 

Vlabel heeft zich in zijn nieuw standpunt uitgesproken over de voorwaarden waaraan een beding van aanwas moet voldoen, opdat er geen schenkbelasting of erfbelasting verschuldigd zou zijn. Vreemd genoeg gaat hij daarbij in op de interpretatie van de voorwaarden op burgerrechtelijk vlak om daaraan fiscale gevolgen te kunnen koppelen.

 

Een beding van aanwas is een overeenkomst die betrekking heeft op onverdeelde of eigen goederen van partijen, waarbij het aandeel van de eerststervende in die goederen bij diens overlijden zal aanwassen bij het aandeel van de langstlevende. Het betreft een contract ten bezwarende titel waarbij de tegenprestatie bestaat in de gelijke kans voor elke partij om het aandeel van de andere te verwerven, indien hij of zij de langstlevende is. Deze techniek wordt vaak toegepast in de vermogensplanning van ongehuwde samenwoners bij de aankoop van hun woning. Ook in het kader van een onterving van de kinderen, bewijst dergelijk kanscontract vaak zijn nut.

 

De voorwaarden die worden opgelegd zijn de volgende:

 

  1. Het beding van aanwas moet opgenomen zijn in een notariële akte. Voor roerende goederen geldt deze verplichting evenwel pas vanaf 1 september 2018;
  2. Het beding van aanwas moet beperkt zijn, hetgeen betekent dat het om een beschikking onder bijzondere titel moet gaan;
  3. Het beding van aanwas moet ten slotte ten bezwarende titel zijn.

 

 

Analyse van de voorwaarden en de interpretatie door Vlabel

 

De eerste en tweede voorwaarde kunnen nog enigszins worden gevolgd. Wil de belastingplichtige een geldig beding van aanwas sluiten, dan moet dit vooreerst onder de vorm van een notariële akte gebeuren, hetgeen reeds het geval was voor onroerend goed. Voor bedingen van aanwas die louter betrekking hebben op roerende goederen geldt deze verplichting pas vanaf 1 september 2018, wat volgt uit een geplande aanpassing van het erfrecht. De tweede voorwaarde, met name dat het beding van aanwas ten bijzondere titel dient te zijn, houdt verband met het feit dat er geen sprake mag zijn van een verboden erfovereenkomst.

 

De derde voorwaarde, i.e. het moet gaan over een contract ten bezwarende titel, wordt echter door Vlabel niet correct geïnterpreteerd.

 

Hij stelt vooreerst dat de kansen van partijen in het beding van aanwas evenwichtig dienen te zijn. Dit houdt geenszins in dat de kansen gelijk dienen te zijn, wel dat er een gelijkaardige levensverwachting en een financiële gelijkwaardigheid (i.e. gelijkwaardige inbreng) van de betrokken partijen voorligt. Tot dusver niets bijzonder.

 

Op de vraag wanneer die “gelijkaardige levensverwachting” moet worden beoordeeld, geeft Vlabel echter een heel vreemd antwoord. Volgens hem dient deze voorwaarde niet enkel bij het afsluiten van het beding te worden beoordeeld, doch ook bij de realisatie ervan. Bij deze stelling kunnen serieuze vraagtekens worden geplaatst. Hoe kan er op het ogenblik van het overlijden van een van de partijen nog sprake zijn van een gelijkaardige levensverwachting? Daarnaast wordt in de vakliteratuur steevast gesteld dat de kansen dienen te worden beoordeeld op het ogenblik van het afsluiten van het contract en niet op een later ogenblik. Hetgeen ook logisch is, vermits het beding van aanwas anders onwerkbaar zou worden. Het is dienaangaande aldus wachten op meer tekst en uitleg van Vlabel.

 

Een tweede opmerkelijke passage in zijn standpunt is dat, wanneer de levensverwachting van partijen niet gelijkaardig is, compensatie niet wordt aanvaard. De motivering die hij hieraan geeft is dat door een grotere inleg de kans niet wordt vergroot om de ander te overleven. Deze motivering kan niet worden gevolgd, vermits er mathematisch uiteraard voor beide partijen steeds een kans bestaat dat de ene de ander overleeft en omgekeerd. Beide partijen hebben dus telkens de kans dat zij het volledig goed zullen verwerven. In sommige situaties is de kans groter bij de ene dan bij de ander. Om deze ongelijke kansen te compenseren, dient diegene met de hoogste levensverwachting aldus meer in te brengen, wil men tot een evenwichtig kanscontract komen.

 

Antimisbruikbepaling

 

Naast dit alles voegt Vlabel in zijn standpunt ook nog een passage toe omtrent de toepassing van de algemene antimisbruikbepaling. Daarin lijkt hij alvast aan te geven dat ook bij een eenvoudig beding van aanwas fiscaal misbruik kan voorliggen, waarbij de belastingplichtige zelf niet-fiscale doelstellingen moet kunnen aantonen. Dit is zeer eigenaardig aangezien het beding van aanwas nog steeds op de ‘witte’ lijst (lijst met toegelaten rechtshandelingen) staat. We mogen aannemen dat Vlabel vooral gecombineerde constructies wil gaan viseren. Denk hierbij aan een echtpaar dat overgaat tot uitbreng van vermogen uit hun huwelijksgemeenschap om vervolgens wat betreft deze goederen in een beding van aanwas te voorzien.

 

Gaat Vlabel zijn bevoegdheid niet te buiten?

 

Waar Vlabel zich in zijn voorgaande standpunten omtrent het beding van aanwas nog uitsprak over de fiscale gevolgen, gaat hij nu een stap verder en meent hij de bevoegdheid te hebben om op burgerrechtelijk vlak te gaan oordelen of er al dan niet sprake is van een contract ten bezwarende titel. Fiscale gevolgen worden allerminst behandeld, wat toch nog steeds de opdracht is van deze Dienst.

 

Inwerkingtreding?

 

De vraag stelt zich vanaf wanneer Vlabel zijn standpunt zal toepassen. Over de datum van inwerkingtreding wordt immers niets bepaald. Een retroactieve toepassing lijkt ons te verregaand, zeker wat de algemene antimisbruikbepaling betreft.

 

Hoe handelen?

 

Dat Vlabel het beding van aanwas wil viseren, lijkt met dit standpunt duidelijk. U doet er alleszins goed aan om uw beding van aanwas te laten analyseren. Hoe een en ander zal dienen te worden geïnterpreteerd zal wellicht in de nabije toekomst verder duidelijk worden. Wij houden u alvast verder op de hoogte in onze eerstvolgende nieuwsbrief.