Vermogensflash

Raad van State vernietigt standpunt Vlabel, maar wetgever bereidt (meteen) reactie voor!

14/06/2018

Op 12 juni 2018 vernietigde de Raad van State een opmerkelijk standpunt van de Vlaamse belastingdienst over de zogenaamde gesplitste aankoop vruchtgebruik-blote eigendom en de gesplitste inschrijving van effecten of geldbeleggingen. Net op diezelfde dag werd echter een wetgevend ingrijpen voorgesteld in het parlement om hiertegen meteen in het verweer te gaan. Over actie-reactie politiek gesproken…

Waarover gaat het?  

 

De voorbije jaren nam de Vlaamse belastingdienst verschillende controversiële standpunten in omtrent de “gesplitste aankoop van vruchtgebruik en blote eigendom”, alsook omtrent de zogenaamde “gesplitste inschrijvingen van effecten of geldbeleggingen”. Het eerste doet zich traditioneel voor wanneer ouders een huis in vruchtgebruik aankopen, terwijl de kinderen de blote eigendom verwerven. De tweede situatie komt dan weer vaak voor onder de vorm van een schenking van een effectenportefeuille of aandelen door ouders aan hun kinderen, waarbij zij het vruchtgebruik voorbehouden en de begiftigden enkel de blote eigendom verkrijgen. In beide gevallen worden de kinderen bij het overlijden van hun ouders volle eigenaar (door het uitdoven van het vruchtgebruik) zonder in principe erfbelasting te betalen.

 

Fictiebepaling “origineel” geïnterpreteerd

 

Om het bovenstaande te “counteren” voorziet de wet voor beiden gevallen in een fictie waardoor de fiscus na zo’n aankoop of inschrijving mag aannemen dat de ouders álles hebben betaald. In het geval van de gesplitste aankoop kan bijvoorbeeld erfbelasting worden geheven op de volle eigendom van het huis, tenzij men kan bewijzen dat de gesplitste koop geen “bedekte bevoordeling” uitmaakte. De wettekst lijkt daarbij vrij duidelijk.

 

Wat echter vaak voorkomt, is dat het geld voor de aankoop van de blote eigendom voorafgaand door de ouders aan de kinderen wordt geschonken. Daarom stelde Vlabel (aanvankelijk enkel voor gesplitste aankopen) dat het in de wet vastgelegde tegenbewijs nog slechts op twee manieren kon worden geleverd. Ofwel moet op de schenking schenkbelasting zijn betaald, ofwel moet de begiftigde vrij over de gelden hebben kunnen beschikken. Aangezien dit laatste moeilijk te bewijzen valt, wordt de belastingplichtige dus richting de eerste optie geduwd. Bovendien trekt men sinds 1 juni 2016 dit standpunt zelfs door naar “gesplitste inschrijvingen”, waardoor schenkingen van effectenportefeuilles of geldbeleggingen niet langer voor Nederlandse notaris (en dus zonder betaling van schenkbelasting) kunnen plaatsvinden, wil men later erfbelasting vermijden. Ook een planning via burgerlijke maatschap wordt hierdoor geraakt, aangezien men zelfs de eventuele winst die louter gereserveerd wordt in de maatschap, als een nieuwe gesplitste inschrijving zal gaan beschouwen. Kortom, een standpunt met verregaande gevolgen.

 

Raad van State stelt Vlabel in het ongelijk

 

In een recent arrest van de Raad van State (12 juni 2018), wordt de Vlaamse belastingdienst nu in het ongelijk gesteld voor de manier waarop men deze fictiebepaling en het tegenbewijs ervan interpreteert.

 

De conclusie van het arrest luidt volgens de indiener van het verzoekschrift als volgt: “Aangezien noch de wettekst, noch de parlementaire voorbereiding, de registratie van de schenking in België oplegt en aangezien een fictiebepaling strikt moet worden uitgelegd, kan uit artikel 2.7.1.0.7 VCF niet worden afgeleid dat de schenking voorafgaand aan de gesplitste inschrijving maar als tegenbewijs kan worden aanvaard indien deze in België is geregistreerd. Het standpunt in het bestreden besluit is dan ook strijdig met artikel 2.7.1.0.7 VCF”.

 

Finaal wordt het volgende gesteld: “De Raad van State vernietigt het standpunt nr. 15004 van de Vlaamse Belastingdienst inzake “Gesplitste aankoop vruchtgebruik – blote eigendom/Tegenbewijs voor gesplitste aankopen”. Aldus zou het ganse standpunt worden vernietigd.

 

Euforie, maar voor hoelang?

 

De Raad van State oordeelt o.i. terecht dat de vereiste van registratie van de (voorafgaande) schenking nergens in de wet, noch in de parlementaire voorbereiding is ingeschreven. Dit heeft uiteraard verregaande gevolgen voor de praktijk van successieplanning aangezien schenkingen van effecten en geldbeleggingen (voortaan) in principe weer kunnen plaatsvinden voor Nederlandse notaris en dus zonder betaling van schenkbelasting (en zonder betaling van erfbelasting indien de schenker de vereiste drie- of zevenjaarstermijn na de schenking overleeft). Daarnaast zou ook voor de gesplitste aankoop in principe geen voorafgaand geregistreerde schenking meer noodzakelijk zijn om het tegenbewijs in het kader van het vermoeden van een “bedekte bevoordeling” te leveren.

 

Op het eerste zicht lijkt een dergelijke uitspraak aldus positief, al is het maar omdat voor het eerst sinds lang wat weerwerk wordt geboden aan de soms willekeurige standpunten van Vlabel. Toch bestaat bij dergelijke uitspraken ook telkens de vrees dat de wetgever eenvoudigweg het gewenste resultaat gaat gaan inschrijven in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (zie bijvoorbeeld de aanpassing in het kader van het finaal verrekenbeding). Net op dezelfde dag van deze cruciale uitspraak, werd alvast in het parlement een amendement ingediend op het “ontwerp van decreet tot modernisering van de erf- en schenkbelasting”, waarbij werd voorgesteld om het tegenbewijs van het hierboven besproken fictieartikel aan te passen als volgt: “als wordt bewezen dat de derde de blote eigendom die hij heeft verkregen of die op zijn naam werd ingeschreven, gefinancierd heeft met andere goederen dan diegene waarover de erflater al dan niet voorafgaand aan de verkrijging of de inschrijving kosteloos heeft beschikt, tenzij deze bevoordeling onderworpen is geweest aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden”. Aldus werd meteen het voorstel gedaan om de vereiste tot betaling van schenkbelasting ook effectief in te schrijven in de wettekst om alle discussie uit te sluiten.

 

De kans dat bovengenoemd amendement (van de oppositie) zal worden goedgekeurd lijkt ons eerder klein, doch opnieuw is dit een voorbeeld van hoe men zich duidelijk laat inspireren door hetgeen de Vlaamse belastingdienst wenst te bereiken. De indieners bevestigen in hun verantwoording zelfs expliciet de mosterd te hebben gehaald bij het standpunt van Vlabel. Het lijkt ons dan ook een zeer kwalijke evolutie dat men met dergelijke decretale aanpassingen telkens de (vooral voor de fiscus negatieve) rechtspraak wil “counteren”. Een actie-reactie politiek zal o.i. enkel leiden tot een sterk verhakkelde wetgeving.

 

Wij volgen dit uiteraard verder voor u op!

Wilt u op de hoogte blijven? Schrijf dan hier in op onze nieuwsbrief of volg ons op