Nieuwsbrief september 2017

Wijzigingen in de spaar- en beleggingsfiscaliteit

Einde juli stelde de regering haar ‘Zomerakkoord’ voor. De langverwachte verlaging en hervorming van de vennootschapsbelasting gaat helaas gepaard met een aantal nieuwe maatregelen die de spaarder en de belegger op verschillende manieren zullen raken. De aangekondigde maatregelen zouden ingaan vanaf 1 januari 2018. Wat treft u als belegger?



Abonnementstaks

 

De nieuwigheid die in de pers de meeste aandacht kreeg is ongetwijfeld de ‘abonnementstaks’ op effectenrekeningen. Er wordt een jaarlijkse heffing van 0,15% ingevoerd op Belgische en buitenlandse effectenrekeningen van natuurlijke personen. Deze taks viseert enkel rekeningen waarop aandelen, obligaties en beleggingsfondsen voorkomen. Pensioenspaarrekeningen en rekeningen verbonden aan levensverzekeringsovereenkomsten zijn niet onderworpen aan deze heffing.

 

De heffing is slechts verschuldigd voor zover de gemiddelde waarde van de effecten die een natuurlijk persoon op zijn effectenrekening(en) aanhoudt minstens € 500.000 bedraagt. Eens deze drempel is overschreden, zou de heffing verschuldigd zijn op de volledige waarde en niet enkel op het surplus. Wie op zijn effectenrekening(en) effecten met een gemiddelde waarde van minder dan € 500.000 aanhoudt, is vrijgesteld van deze heffing.  Deze vrijstelling geldt per belastingplichtige.

 

De regering heeft al aangekondigd dat zij nadenkt over specifieke bepalingen om ontduiking van de abonnementstaks te beteugelen. In de aangifte personenbelasting zal in elk geval melding moeten worden gemaakt van het bestaan van meerdere effectenrekeningen. Hiermee hoopt de regering het kunstmatig opsplitsen van effectenrekeningen te ontraden.

 

Beurstaks

 

Nadat het tarief van de beurstaks in het verleden al meermaals werd verhoogd en haar toepassingsgebied werd uitgebreid tot transacties in het buitenland voor rekening van Belgische rijksinwoners, wordt het tarief van de beurstaks andermaal verhoogd.  De beurstaks op transacties met obligaties wordt verhoogd van 0,09% naar 0,12%; de beurstaks op transacties met aandelen wordt verhoogd van 0,27% naar 0,35%. Het tarief van de beurstaks op de verkoop van kapitalisatiebeveks zou ongewijzigd blijven (1,32%).

 

Reynderstaks

 

Bepaalde meerwaarden bij inkoop of verhandeling van rechten van deelneming in bepaalde kapitalisatiebeveks zijn belastbaar als interesten en als dusdanig ook onderworpen aan de roerende voorheffing, de zogenaamde ‘heffing op het sparen’ of ‘Reynderstaks’. Het gaat om collectieve beleggingsfondsen die een bepaald percentage van hun vermogen beleggen in kwalificerende schuldvorderingen. Aanvankelijk ging het uitsluitend om fondsen die meer dan 40% van hun vermogen belegden in dergelijke schuldvorderingen, maar dat percentage is inmiddels al verlaagd naar 25%.

 

De regering heeft nu beslist om dit percentage te schrappen, zodat ook meerwaarden op rechten van deelneming in fondsen die minder dan 25% in schuldvorderingen beleggen onder deze belasting vallen voor het gedeelte van de meerwaarde dat betrekking heeft op beleggingen in schuldvorderingen.

 

Bovendien zullen ook dergelijke rechten van deelneming die niet rechtstreeks worden aangehouden, maar via een gemeenschappelijk beleggingsfonds als tussenvehikel, belastbaar worden.

 

Vermindering vrijstelling interesten

 

De bestaande vrijstelling voor interesten op gereglementeerde spaarboekjes wordt gehalveerd, van  € 1.880 naar € 940 per jaar. Er wordt wel een nieuwe vrijstelling voor dividenden van aandelen ingevoerd, voor een bedrag van € 627. De regering wil de burger hiermee aanmoedigen om een deel van zijn spaargeld te beleggen in aandelen. Dit neemt niet weg dat deze wijziging in vele gevallen zal lijden tot een hogere totale belasting.

 

De vrijstelling op de eerste schijf van € 627 aan dividenden van aandelen zal niet worden toegekend via een vrijstelling van de roerende voorheffing (wat voor de vrijstelling op de eerste schijf interesten wel het geval is). Belastingplichtigen die willen genieten van de vrijstelling op hun dividenden zullen deze moeten vermelden in hun aangifte personenbelasting, zodat de vrijstelling in hun aanslag personenbelasting zal worden verrekend. Het is niet duidelijk of alle ontvangen dividenden in de aangifte moeten worden vermeld of enkel het deel tot € 627.

 

Belastingvermindering pensioensparen

 

Het maximumbedrag dat in aanmerking komt voor de belastingvermindering voor pensioensparen wordt verhoogd van € 940 naar € 1.200. Het verhoogde bedrag geeft wel slechts recht op een belastingvermindering van 25%. Wie maximaal € 940 stort, kan wel blijven genieten van de huidige belastingvermindering van 30%. Het interessante van deze wijziging ligt niet zozeer in de hogere belastingvermindering (€ 282 vs. € 300), maar eerder in het hogere eindkapitaal dat onder het gunstige stelsel van pensioensparen kan worden opgebouwd.

 

Hoewel momenteel enkel de krachtlijnen van de aangekondigde wijzigingen bekend zijn, is het nu al duidelijk dat zij een negatieve impact zullen hebben op de nettorendementen van spaarders en beleggers. Daarom is het aangewezen om een round-up van uw roerend vermogen te maken en de spreiding ervan over de verschillende beleggingsmogelijkheden te herbekijken in het licht van de aangekondigde maatregelen.