Nieuwsbrief september 2017

Samen naar het altaar, niet naar de rechtbank

Echtgenoten die scheiden met onderlinge toestemming (EOT) zullen in de toekomst niet langer in persoon voor de rechtbank moeten verschijnen.



Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming moeten de echtgenoten onderling een akkoord bereiken over alle gevolgen van de echtscheiding, dus zowel over de vermogensrechtelijke als de persoonlijke gevolgen voor zichzelf en voor de gemeenschappelijke kinderen.

 

Dit akkoord dient aan de familierechter ter goedkeuring worden voorgelegd, zodat de echtscheiding vervolgens kan worden uitgesproken.

 

Echtgenoten die nog niet langer dan zes maanden feitelijk gescheiden leven tijdens deze procedure moeten nog éénmaal samen en persoonlijk voor de rechtbank verschijnen. Dit moet gebeuren binnen de maand na het neerleggen van het verzoekschrift tot echtscheiding.

 

Er bestaat wel reeds een uitzondering voor echtgenoten die al langer dan zes maanden feitelijk gescheiden leven. Voor hen kan de echtscheidingsprocedure reeds volledig schriftelijk verlopen. Persoonlijke verschijning voor de rechtbank is voor hen niet vereist.

 

De ministerraad heeft nu een voorontwerp van wet goedgekeurd waardoor de uitzonderingsregel zal worden veralgemeend naar alle echtgenoten die willen scheiden met onderlinge toestemming. De persoonlijke en gezamenlijke verschijning van de echtgenoten tijdens de EOT-procedure zal dus niet langer vereist zijn.