Nieuwsbrief mei 2019

Uw prijsduif verkopen: speculatie of normaal beheer?

In de kranten staat regelmatig te lezen dat een wedstrijdduif voor een groot bedrag is verkocht. Kadert dergelijke verkoop binnen het belastingvrije normaal beheer van het privévermogen of zijn deze inkomsten belastbaar als divers inkomen?



Normaal beheer van privévermogen

 

De scheidingslijn tussen het belastingvrije normaal beheer van het privévermogen en het verkrijgen van belastbare occasionele winsten is flinterdun. Uit de administratieve commentaar bij het Wetboek Inkomstenbelasting blijkt dat in het algemeen mag worden aangenomen dat het gaat om normale verrichtingen van beheer van het privévermogen, wanneer die verrichtingen niet met speculatieve bedoeling geschieden en ze niet door herhaling de aard van een winstgevende bezigheid verkrijgen.

 

Speculatie kan daarentegen worden omschreven als een transactie met veel risico, waarbij u bij een prijsstijging of prijsdaling kans maakt op veel winst, maar ook op groot verlies. Speculatief gedrag is dus de antipode van het normaal beheer en zal in veel gevallen de belastbaarheid van het inkomen tot gevolg hebben.

 

Het is aan de administratie om aan te tonen dat een handeling buiten het normaal beheer van het privévermogen valt.

 

Rechtbank van eerste aanleg: de verkoop van een wedstrijdduif is geen normaal beheer

 

Volgens de administratie, hierin gevolgd door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, kadert de verkoop van een wedstrijdduif voor een prijs van 58.000 euro in 2011, na 10 jaar actief te zijn in de duivensport, niet binnen het normaal beheer van het privévermogen en zijn de inkomsten verkregen uit de verkoop belastbaar als divers inkomen aan een afzonderlijk tarief van 33%. De administratie en de rechtbank waren van oordeel dat de omvang van de gedane investeringen, geschat op ongeveer 65.000 euro in een tijdspanne van 10 jaar voorafgaand aan de verkoop van de duif, de relatief uitgebreide kolonie van ongeveer 300 duiven, de regelmatige deelname aan nationale en internationale wedstrijden en het feit dat de belastingplichtige voor de verkoop een beroep had gedaan op een professionele tussenpersoon, voldoende indicaties waren om te concluderen dat het beheer van het privévermogen een speculatief karakter had.

 

Hof van Beroep: de verkoop van een wedstrijdduif is normaal beheer

 

Het hof van beroep te Antwerpen deelt bovenstaande zienswijze niet. In haar beoordeling van het dossier verwijst het hof naar de chronologie van de feiten. Het hof komt tot de conclusie dat de grootste investeringen dateerden van na de verkoop van de duif. De investeringen gedaan na de verkoop van de duif wijzen er niet op dat de verkoop van de duif zelf het resultaat is van speculatie.

 

Vervolgens stelt het hof dat de belastingplichtige inderdaad intensief bezig was met de duivensport, maar meent dat de investeringen ten bedrage van 65.000 euro voorafgaand aan de verkoop er niet op wijzen dat de belastingplichtige de bedoeling had om duiven te kweken die hij met grote winsten kon verkopen. Het hof is van oordeel dat het ‘normaal beheer’ van een duiventil als hobby hoe dan ook een permanente inzet en hoge kosten met zich meebrengt, zoals dat ook het geval is voor andere hobby’s in de sportwereld. Beroep doen op een professionele tussenpersoon voor de verkoop van de duif wijst bovendien niet op het speculatief karakter van de verkoop, maar eerder op een voorzichtig en zorgvuldig beheer van het privévermogen.

 

Dat de belastingplichtige enkele jaren na de verkoop de uitoefening van de duivensport wel op een professionele manier organiseerde (door middel van een daartoe opgerichte vennootschap) neemt niet weg dat de verkoop van de duif in 2011 een normaal beheer van het privévermogen was en dus niet belastbaar is in hoofde van de belastingplichtige.


Speculatie of normaal beheer?

 

De uitspraak van het hof betekent geenszins dat elke verkoop van een wedstrijdduif zal worden vrijgesteld. Zoals reeds aangehaald, is de scheidingslijn tussen het normaal beheer van het privévermogen en het verkrijgen van occasionele winsten flinterdun en steeds een feitenkwestie. Indien er sprake is van speculatie zal de transactie belast worden als zijnde diverse inkomsten. Of er effectief sprake is van speculatie, is dan weer een feitenkwestie.


Megi Rroku