Nieuwsbrief maart 2021

  •  

    Zoals reeds meegedeeld in onze nieuwsbrief van december 2020 (lees hier), moest België van het Europees Hof van Justitie zijn wetgeving over de belasting van de inkomsten uit buitenlandse onroerende goederen grondig aanpassen. Op amper drie maanden tijd werd een wetsontwerp ingediend en goedgekeurd door de Kamer. We geven de krachtlijnen van de nieuwe regeling kort weer.

  •  

    Een jaar geleden kon u in onze nieuwsbrief lezen dat het in bepaalde gevallen interessant kan zijn voor bestuurders van een vennootschap om interesten aan te rekenen op een rekening-courant met creditstand (lees hier). De betaling van een marktconforme interest kan namelijk een aftrekbare beroepskost zijn voor een vennootschap. “Wat is dan marktconform?”, horen we u denken. Kort gezegd: 4,07% voor 2021. Waarom u beter geen hogere interest aanrekent, leest u verder.

  •  

    De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen heeft een interessant vonnis geveld over het toepasselijk tarief in de schenkbelasting in een situatie waarbij een kinderloze vrouw haar onroerend goed kort voor haar overlijden verkoopt aan haar zus, waarna zij de opbrengst uit die verkoop onder de vorm van een schuldvordering schenkt aan de kinderen van haar zus (Rb. Oost-Vlaanderen, afdeling Gent 17 juni 2020).

  •  

    Een Waals echtpaar gehuwd onder een gemeenschapsstelsel voegt in zijn huwelijkscontract een keuzebeding met last (zgn. ‘Casman-clausule’) toe. Hierdoor komt bij het overlijden van de echtgenoot het volledige gemeenschappelijke vermogen toe aan de langstlevende, onder de last om op een bepaald tijdstip de helft van de waarde van het gemeenschappelijke vermogen aan de kinderen uit te betalen. De (Waalse) fiscus heft successierechten zonder rekening te houden met deze last, maar wordt in dit opmerkelijke arrest van het hof van beroep te Bergen teruggefloten (Bergen 22 januari 2021).