Nieuwsbrief januari 2021

Het recht op een voorschot bij vereffening-verdeling

Een vereffening-verdeling, zowel na echtscheiding als na overlijden, kan in vele gevallen lang aanslepen. Partijen leven dan gedurende lange tijd in onzekerheid, wachtend op het gedeelte dat aan hen toekomt, en komen uiteindelijk soms ook op financieel vlak met hun rug tegen de muur te staan. Een vordering tot voorschot op het aandeel in het huwelijksvermogen en/of de nalatenschap kan in dergelijke situatie soelaas bieden.



Problematiek

 

Laat ons een fictief voorbeeld schetsen. Een vader is samen met zijn kinderen erfgerechtigd in de nalatenschap van zijn echtgenote, die enige tijd geleden overleden is. Vader en moeder waren gehuwd onder het wettelijke stelsel. Na het overlijden werden alle (voornamelijk gemeenschappelijke) bankrekeningen geblokkeerd. Vader hoopt snel een akkoord met zijn kinderen te kunnen sluiten over de vereffening-verdeling. De relatie tussen vader en kinderen verzuurt echter en er is geen akkoord om de rekeningen te deblokkeren. De vereffening-verdeling blijft aanslepen en vader komt financieel in nauwe schoentjes terecht, want hij heeft niet voldoende inkomsten om al zijn kosten te betalen. In dergelijke situaties is het vaak noodzakelijk dat de ex-echtgenoot of erfgenaam, in afwachting van de einduitkomst van de procedure, reeds in het bezit gesteld wordt van een gedeelte van het kapitaal dat hem toekomt.

 

Tot op vandaag ontbreekt een specifiek wettelijk kader voor de toekenning van een voorschot op het aandeel in de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogen en/of de nalatenschap.

 

Rechtspraak biedt de oplossing

 

In de rechtspraak is dit mechanisme echter reeds goed ingeburgerd en kan een deelgenoot wel degelijk aanspraak maken op een voorschot op zijn aandeel, wanneer bepaalde voorwaarden vervuld zijn. Afhankelijk van de concrete situatie kan het toegekende voorschot worden toegekend als een periodieke uitkering of als een uitkering in kapitaal.

  

Er bestaan twee procedurele mogelijkheden waarmee een deelgenoot een voorschot in de vereffening-verdeling kan vorderen. Deze vordering kan als een voorlopige maatregel in het inleidende verzoekschrift of de inleidende dagvaarding tot uitonverdeeldheidtreding worden opgenomen, of als afzonderlijke maatregel in een kortgedingprocedure. In dit laatste geval is wel vereist dat de vordering een spoedeisend karakter heeft.

 

Uit de rechtsleer en rechtspraak kan een grote diversiteit aan toepassingsgevallen worden geput tot staving van een vordering tot voorschot, zoals bijvoorbeeld: behoeftigheid of financiële nood van de deelgenoot, de (vaak lange) duurtijd van de vereffeningsprocedure, de houding van de andere deelgenoten in de vereffeningsprocedure, een eventuele aankoop van een woning of investering in een handelsactiviteit, etc.

 

Met andere woorden: wie een voorschot wenst te bekomen, dient zijn vordering aan de hand van de feiten van het dossier aannemelijk te maken. Bovendien moet men de omvang van zijn rechten (i.e. zijn aandeel) in de vereffening-verdeling aantonen. De omvang van de rechten bepaalt immers de bovengrens van het voorschot.

 

Een vordering tot voorschot kan aldus een oplossing zijn in een aanslepende procedure van vereffening-verdeling van het huwelijksvermogen en/of de nalatenschap waar niet meteen zicht is op een definitieve verdeling of bij een financiële behoeftigheid.